Schoolstraat 3, 9251 EA Burgum     0511-461219

Historie

't Roodhert is één van de bekendste panden in het centrum van Burgum en kent een rijke historie. Hieronder een paar artikelen over 't Roodhert (met medewerking van de gemeente Tytsjerksteradiel en volksterrenwacht-streekmuseum Burgum).

Op den weg, dien wij betreden
Staat geen voetstap, die bekijft

In Memoriam
We zetten er geen rouwrand om, - waartoe die titel anders allicht aanleiding geeft. Integendeel, - hier is het heengaan van hem dien we willen herdenken, teeken van energie, van nieuw leven. Hier geen rouwe, maar toch 'n herdenken. Want wie en wat ons verlaat is 'n brok historie voor dorp en gemeente, waaraan heel wat beschouwingen en herinneringen vast te knoopen zijn.

Historie, - ja en niet maar van zoo heel even. Niet van 't nu levend geslacht alleen, maar van ouders, grootouders en voor-ouders, van vreemd en eigen, van dorpsgenoot, van gemeentenaar en den reizenden man, tot minstens één à twee eeuwen herwaarts.

Wien we dan bedoelen? Men raadt het al. 't Is het van ouds bekende logement "'t Roodhert" te Bergum, dat van 1 mei af aan de handen des sloopers is overgeleverd, dank zij de drankwet 1904, welke niet toelaat, dat bij verwisseling van eigenaar in het tegenwoordig gebouw vergunning om sterken drank in het klein te tappen kon worden verleend.

Het oude gebouw verdwijnt en daarmede, zooals gezegd, een brok historie, waarvan we niet kunnen nalaten het een en ander, dat door ons met welwillende hulp werd opgediept, hier mede te deelen.

Voor zooverre is na te gaan, heeft het gebouw in den tegenwoordigen vorm er reeds minstens anderhalve eeuw gestaan. Ja, men mag veilig aannemen, dat zoolang Bergum bestaan heeft, op dat punt een huis stond, oorspronkelijk een jachthuis, dat herbergzaamheid bood aan de edellieden, die in de boschrijke omgeving op wild uitgingen, later ook aan den reizend man. Aan het wild en de jacht heeft het huis allicht den naam "'t Roodhert" ontleend.

In 1751 werd het huis betrokken door Wierd Gosses van Hardegarijp, die terstond localen beschikbaar stelde voor "gerechts-comparitie's" en grietenije Regtcamer. Reeds toen had het gebouw dus de verdieping of bovenkamer, zooals thans, maar er lag op zware balken eene zoldering over en de zaal was verdeeld in twee of meer vertrekken. Ook had het boven en beneden vensters met kleine ruitjes, als toentertijde overal en houten buitenblinden. In de benedenkamers en gang waren steenen vloeren, waarover op de Bergumer jaarmarkt menigmaal bloed vloeide. Want vechten en snijden kon men hier toen ook al, dat spreekt van zelf. Doch menig reiziger, die afdwaalde van den grooten heirweg Leeuwarden-Groningne (de tegenwoordige zomerweg) en menig handelsman, die aan de rijke stinsen hier zijn waren trachtte te verkoopen, vond aan den haard onder den breeden schouw (toen in beide kamers) verkwikking en warmte, of nachtrust in de diepe bed- of legersteden. De adellijke bezitters hadden zich vroeger het recht toegekend marktgeld te innen van de koeien, schapen, peerden ende ander vee, dat op de toen reeds bloeiende Bergumer jaarmarckt werd aangevoerd. Dat recht bleef op het pand gevestigd tot 1889.

In 1755 deed Wierd Gosses de zaken over aan zijn zoon Gosse Wierds, maar bleef bij dezen inwonen tot 1758, zich meer met de aan het bedrijf verbonden boerderij bezig houdende. Het schijnt toen met de affaire minder goed te zijn gegaan, want reeds in 1759 treedt Wierd Gosses weder als herbergier en vertrekt zijn zoon naar Leeuwarden, waarheen zijn vader hem in 1766 volgde.

Thans komt het gebouw in gebruik bij Johannes Lodema, die er 34 jaar alzoo tot Mei 1800 in heeft gewoond.

De vader van wijlen onzen voormaligen gemeente-ontvanger, n.l. Jan Douwes Wadman, treedt vanaf 1800 als eigenaar op. Onder hem moet het geweest zijn, toen de Fransche furie ook tot het platteland doordrong, dat op den hoek voor het "Roodhert" de vrijheidsboom werd geplant, waaromheen de jongelingen en maagdekens dansten en zongen:

"Hup maar Janneke, hup maar Janneke,
Hup maar Janneke Jansen,
Vóórn deze waren de Pruisen hier
En nu de heeren Franschen."

En toen die Fransche furie had uitgewoed en in 1812 kozakken het land schoonveegden, werden ook de stallen het "Roodhert"opgeëist tot het stallen van paarden, evenals die van de z.g.n. "brak" (barak) aan den Lageweg, welke in die dagen zoowat voor marechaussée-kazerne dienst deed. En de heerne kozakken eischten niet alleen voor hunne paarden onderdak, ook voor zichzelf, en Jan Douwes heeft hen volop moedten tevreden stellen met voedsel, bier en Bergumer jenever, fabricaat uit de hier gevestigde stokerij.

Hun eischend optreden was men alras moede. Na hun vertrek kwam er weer orde en regelmaat.

De vroegere grietenij Tietjercksteradeel was door Napoleon (1806-1810) gesplitst in vier grietenijen van kliener afmeting: Giekerk, Hardegarijp, Bergum en Oostermeer, welke elk in eigen dorp hun eigen "stadshuis" huurden. Van af 1812 treedt de oude indeeling weder in. De invoering van de burglijk en stand maakte bovendien het vrije gebruik van eigen vertrekken voor de grietenij Tietsjercksteradeel noodzakelijk.

Bij Jan Douwes Wadman vond men die en huurde ze in 1812 van hem als "stadshuis" tevens lokaal voor den vrederechter, voor de som van 210 francs in het jaar. In volgende werd die huursom in Nederlandsche munt herleid tot 100 guldens, doch van 1825 af werd niet meer betaald dan 50 guldens. De vroede mannen kregen zeker in de gaten, dat het houden van het grietenijhuis boven het "Roodhert" voor den waard geen windeieren lei. Toch bleef het daar gevestigd tot 1831, toen onder de grietman Hobbe Baerdt Van Sminia de grietenij aankocht en verbouwde het nog bestaande hoekhuis (thans museum), waar het grietenijhuis (vanaf 1857 gemeentehuis) tot 1893 gevestigd was.

Was het Roodhert alzo in 1831 van zijn kroon beroofd, het ontwikkelend gezelschapsleven deed de bovenzaal voor vele andere doeleinden nuttig zijn. Het in 1799 opgerichte nutdepartement voor de heele grietenij Tietjerksteradeel hield er zijne bijeenkomsten in latere jaren ook spaarbankzitting en bibliotheek. Griffier en notaris hielden er verkoopingen en verhuringen. De vrederechter en het politie-geregt schijnen er ook toen nog zitting te hebben gehouden, hoewel er ook vonnissen zijn die wijzen op zittingen ten huize van Auke v.d. Veen te Bergum (1822), ten huize van Fokke Hedzers Fokkema te Oudkerk (1833) en van den vrederechter Sieds Pieter aldaar (1836). De grietman van Sminia nam steeds bij het politie-geregt de funcite van Ambtenaar van het Openbaar Ministerie waar.

Het vrede-recht scheen in die jaren dus eigelijk geen vast onderdak te hebben. In 1838 werd dit beter. Het vrederecht van Buitenpost en het politiegeregt aldaar, zitting houdende te Augustinusga, werden toe gevoegd bij dat van Bergum. Onder den vrederechter Rinia van Nauta werden de nodige vertrekken daarvoor gehuurd en afgestaan in het hoekhuis, het grietenij-huis tegenover 't Roodhert te Bergum.

Het oude "Roodhert" met de familie Ruurd Terpstra (1885-1908).

En hiermede zijn we al in den tijd en den toestand, waar de tijd genoot in de lindeboomen uitgesnoeide vensters en altoos kende. Het was en bleef steeds een gewild pand, met als't waren "verplichte nering" in de nabijheid van gemeentehuis en kantongerecht. Voor het laatste deed het feitelijk steeds dienst als wachtkamer, want vele jaren aaneen werden de getuigen enz. aldaar door den deurwaarder opgeroepen, de verplaatsing van gemeentehuis en kantongerecht in 1893 naar het familiehuis der van Sminia's deed er slechts weinig afbreuk aan. Van af den aanleg der tramlijn in 1881, is het "Roodhert"  't aangewezen haltepunt, waar de reizigers voor Bergum moeten in- en uitstappen. En voor een onnoemelijk aantal vergaderingen, bijeenkomsten, comparitie's, uitvoeringen, veilingen, verhuringen enz., ook bruiloften en begrafenissen, hebben de vertrekken der herberg steeds dienst gedaan.

Resumeerende, kunnen wij nu het volgende lijstje geven van de elkaar opvolgende herbergiers in de zaak:
1729-1751 Sible Bandart     
1751-1766 Wierd Gosses en diens zoon     
1766-1800 Johannes Lodema     
1800-1854 J.D. Wadman en diens weduwe     
1854-1869 Wiebe E. v.d. Meulen     
1869-1878 Sipke Bartels v.d. Veen     
1878-1880 R.K. Wijmenga en diens weduwe     
1880-1885 Jelke v.d. Meulen     
1885-1908 Ruurd S. Terpstra     

Onderstaande info verkregen door: Sytie Peckelsen

Huisman, Katlijk. waarvoor onze hartelijke dank!

Sjoerd Tijsses Jansma was eigenaar was van 28 september 1854 tot 24 september 1856. Ik heb dat in de akten Tresoar opgezocht, daarna werd het verkocht aan zijn schoonzoon en stiefdochter Wybe van der Meulen, getrouwd met Welmoed de Boer, stiefdochter van Sjoerd Tijsses Jansma en dochter van zijn vrouw Maaike Douwes Wadman. Er zat veel land bij, een koemarkt en de rechten daarvan. Sjoerd T Jansma moest al zijn kinderen en stiefkinderen de erfenis uitbetalen waardoor hij maar kort Roodhert in bezit had. Sjoerd is opgegroeid in de Schoolstraat met zijn vele broertjes, zusjes, neefjes en nichtjes. Ze hadden ook Huis ter Heide aan de Zomerweg in Burgum.

De zoldering over de bovenverdieping is onder W.E. v.d. Meulen weggenomen en door een houten verwulf vervangen, zulks op aansporing van het intusschen gesplitst Nutsdepartement, dat in de bedompte zaal niet langer wenschte te vergaderen, toen ook dames de winteravondbijeenkomsten kwamen bezoeken.

Thans komt voor het oude "Roodhert" een nieuw in de plaats. Dat bij het bouwplan met de nieuwere eischen van verkeer, hygiène, veiligheid, smaak enz. rekening is gehouden, mogen wij met allen grond hopen en verwachten. De wetgever heeft daarvoor trouwens voorschriften vastgesteld. Doch ook het publiek stelt met recht tegenwoordig aan bediening, gemak en genot andere eischen als vroeger. Ook hierop zal worden gelet. Moge dan welhaast op de puinhoopen van eeuwen der prijken een gebouw van den nieuwen tijd, den bouwheeren tot lof, Bergum ten sieraad en den ondernemer tot voordeel. Zoo zij het!

Uitbaters van het Hotel Café Restaurant vanaf 1908 waren/zijn achtereenvolgens:
1908-1913 Albert Heidstra     
1936-1951 Marten K. Zandstra     
1951-1953 Jitze van Sloten     
1953-1954 Tjalle van Sloten     
1954-1958 Fredrik Koert     
1958-1959 Tiete Olivier     
1959-1960 Marijtje Oenema-Ijskamp     
1960-1972 Albert Oenema     
1972-1975 4 kortverblijvende uitbaters     
1975-1989 Ynze en Korrie Wynalda     
1989-2009 Jouke en Griet Couperus     
2009-2017 Henk en Ymkje de Bruin
2017-heden W.G.Boomsma